
Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
Artikel 48
1
Aan de aangifte van vertrek van de ingezetene die naar redelijke verwachting gedurende een jaar ten minste twee derden van de tijd buiten Nederland zal verblijven, worden gegevens betreffende het volgende land van verblijf en het eerste adres van verblijf in dat land ontleend.
2
Indien een ingezetene als bedoeld in het eerste lid in gebreke is met het doen van aangifte, draagt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van inschrijving ambtshalve zorg voor opneming van gegevens betreffende het vertrek, het volgende land van verblijf en het eerste adres van verblijf in dat land. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de gegevens alsnog aan de aangifte van de ingezetene te ontlenen, indien de aangifte na afloop van de aangiftetermijn geschiedt.
3
Als datum van vertrek uit Nederland en van opheffing van het adres wordt de dag opgenomen waarop de aangifte is ontvangen, dan wel de dag waarop van het voornemen tot ambtshalve opneming van gegevens over het vertrek aan de ingeschrevene schriftelijk mededeling is gedaan.
4
Indien de ingezetene in de aangifte van vertrek meldt te gaan verblijven in de Nederlandse Antillen of Aruba, verstrekt het college van burgemeester en wethouders aan hem kosteloos een verhuisbericht, volgens een door Onze Minister vast te stellen model.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
-
LJN BC8438, Eerste aanleg - enkelvoudig, AWB 07/2522
Rechtsoort
Bestuursrecht overig
Datum uitspraak
26-03-2008
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Rechtbank 's-HertogenboschIngevolge artikel 48 van de Wet GBA kan de opschorting van de bijhouding van de persoonslijst alleen ambtshalve worden toegepast bij een daadwerkelijk vertrek naar het buitenland. Artikel 48 van de Wet GBA biedt geen ruimte voor een ambtshalve opschorting in andere omstandigheden, bijvoorbeeld indien...